EFSIX 1231C3
Van de stadt design


Reis verslag

2005 EFSIX 1106 "Blue Note" op de Waddenzee


Wel, het zat zo: elk najaar gaan mijn broer en ondergetekende een fijne najaars-tocht op de Wadden maken. Zo in de periode na de toeristen en voor de eerste sneeuw. Kortom, voor echte mannen met baarden van 2 dagen dus. Huiver en lees wat wij die ene keer beleefden en dankzij de Russische chocolade overleefden.

 

Geholpen door de havenmeester en de zwaartekracht eerst maar de boot bij Lauwersoog in het water gelegd. Direct door de sluis omdat we de toch maar de kleinste en de snelste en de slimste zijn. Even aanleggen buiten de sluis, grootzeil omhoog en met pal westenwind voor het lapje naar het oosten (logisch wel).

Nu moeten jullie weten, de belangrijkste reden dat mijn broer mee mag, is dat hij getijdenberekeningen, waterstandhoog-ten t.o.v. vallende en rijzende manen eenvoudigweg leuk vindt. En dat vind ik dan weer leuk. Zo heeft iedereen weer wat, denk ik dan maar. Wat ik dan weer heb, ik zal het hem eens vragen. Misschien die ene keer, van eureka, dat de boot ook een blikjesgoot heeft, waar alle lege fris- en bierblikjes automatisch inrollen. Zou ik dat dan weer hebben?  
 
Wel, van Lauwersoog naar het oosten is: richting Borkum, krek. Toevallig was dat de bedoeling ook. En zo geschiedde. En hoe: we moesten 2 wantijen over, volgens mijn broer kon dat op 1 dag als we maar af en toe tijdig de kiel omhoog zouden halen en de prikkengeultjes niet zouden overslaan.

Wat een gang, allemachtig, en na een paar uur met Bft. 5 voor het lapje over het Wad met de kiel omhoog raggen, plonsden we pardoes in de diepe Eemsgeul. Ook wel weer eens leuk, gekke stroom-wervelingen en zo, je denkt: we lopen vast! Maar dat lijkt dan maar weer zo, omdat het 5 meter diep is toch wel. Mijn broer blijft lekker nuchter onder dat soort gedoe, ik ben blij dat de zelflozers op een plasgootje zijn aangesloten.

En op naar Borkum, joho met rum en dat soort dingen. Eigenlijk een eitje de rest. Fijn even wat Duitsers verbijsterd laten zien dat je prima in die haven kan zeilen bij inmiddels Bft.6. Grappig volkje. Toen werd het tijd om de meegenomen hap op te warmen, slaapplaats te maken, te douchen en op naar de hoeren! Net als vroeger die piraten deden, maar sailboys klinkt wat nichterig. Nee, da’s niet onze stijl. Gun ieder het hare of zijne, daar niet van. Mijn roeimaat bijvoorbeeld houdt weer wel van mannen. Anders hield hij het ook niet bij mij uit in de roeiboot.

Afijn, komen we in een café met een hübsche schone dame, vraagt ze na een paar glazen Russische Schokolade: “habt ihr noch Wünsche?”. Vast heel vriendelijk bedoeld, maar wij ranzige sailboys vonden dat wel erg verleidelijk klinken. Dus je snapt, alweer mijn broer, dezelfde nog, doet een poging: “Ja, viele!” Is het ietwat glibberige antwoord. Toen lagen we zomaar weer buiten, hadden we die grote schaduw in de hoek niet gezien. Afijn, ons motto is tenslotte: durf je het niet, doe het dan zoals ons’ goede vader altijd zei. Daar hebben wij ons dan toch keurig aangehouden. Consequent wel, anderen in het wedstrijdveld vind ik daarentegen stukken minder consequent, dan weer achteraan, dan weer vooraan. Dan Colin en ik: altijd betrouwbaar op dezelfde plek. Ruimte geven moet je durven tenslotte.

 

Terug naar Borkum: de volgende ochtend vroeg uit de veren vanwege het tij. Zegt zo’n slimmerik op de steiger iets over Bft.7. ’t Is goed Otto, 6 Bft. max, en geen zuchtje meer. Wij snel weg, de route ging buitenom Rottumeroog en Rottumerplaat vanwege het tij. Fantastisch een stuk de zee op, dankzij de GPS kan dat allemaal. Daarboven Rottum is het namelijk niet erg goed betond moet je weten. Als je tenminste de coördinaten goed invoert, Floris, anders moet je broer plotseling zo oploeven. Ok dan makker, of dat het allemaal zo makkelijk is, al die knopjes op een hobbelig scheepje, waypoints zelf bepalen a.h.v. een kopie van de kaart. Voor de rest heel erg mooi aldaar.

 

Boven Rottumeroog kwam de kentering en konden we met opgaand tij het kleine zeegat tussen Rottumeroog en Schier prachtig binnen varen. Dankzij de GPS en ophaalbare kiel konden we een enorm stuk afsnijden. Prachtig zonlicht op de westkant van Rottumeroog, een plek waar je eigenlijk nooit komt. Dit is werkelijk een schitterend leeg en mooi stukje Wad. Maar wad bleek: Otto had inmiddels gelijk gekregen: Bft.7 pal westenwind. Binnen kein Zeit stonden er dankzij stroom tegen wind golven van pakweg 3 meter hoog: ik wist niet dat ik zó nat kon worden. Mijn broer had gelukkig zijn extra degelijke regenkleding van de Welkoop voor het harde werk op het land meegenomen, geen centje pijn dus. Terwijl ik, ach, laat maar, ik verkleum weer als ik er aan denk. Overigens wel eens meegemaakt dat het achterlijk van het grootzeil trilt als de slecht gestemde cello van je tante tussen haar mooie benen? Nou, zo hard woei het dus.

 

Dankzij stroom mee konden we gelukkig weer bij Lauwersoog komen, maar Otto 7 was toch wel pittig geweest. Wat het leed zeer verzachtte, was dat we zowel op de heen- als terugreis op het Wad diezelfde oude vissersbotter tegen kwamen, een schim uit het verleden. Samen met de woeste luchten, het wilde water, de ongerepte horizon van het Wad, maakte dat het gevoel van eeuwen her compleet.

 

Dat ik vervolgens dankzij mijn beroerde trailerlier een middenhandsbotje in mijn hand brak en daar niks van wilde weten, spreekt voor zich bij zo een dergelijk avontuur: rum werkt ook goed als pijnstiller.

 

Floris (NED 1106)
 

05-2005-waddenzee